De stadia voor het EK 2016 in Frankrijk

Een nieuw tornooi, een nieuwe kans om de stabiliteit van de stadia in detail te bekijken.

Bij voetbalstadia is vooral de dakstructuur interessant. Het is een gekend vraagstuk om rond een standaard voetbalveld de aanwezigen droog naar de match te laten kijken. Maar er zijn veel mogelijkheden om dit te verwezenlijken. Bovendien is bij een luifel het bouwen tot zijn puurste vorm herleid. Een afdak op structuur. Weinig technieken of extra afwerking en esthetische maatregelen. De structuur is de esthetiek. Het is dan ook makkelijk om de dakstructuren te doorgronden en begrijpen. En te vergelijken.

 Een overzicht van de EK stadions - stadiumDB.com

Een overzicht van de EK stadions - stadiumDB.com

Voor euro 2016 in Frankrijk zijn van de 10 stadia 2 bestaand, 4 gerenoveerd en 4 nieuw gebouwd. Totale kost 1 582 Miljoen €.  6 van de 10 zijn mede onder impuls van het EK gebouwd of gerenoveerd. 3 van de 10 stadia hadden oorspronkelijk een velodrome. Enkel de nieuwe stadia werden niet gebruikt tijdens de wereldbeker van 1998. 

 Overzicht van de EK stadia met belangrijke jaren

Overzicht van de EK stadia met belangrijke jaren

 De EK stadions (en de Ghelamco arena) - zitplaatsen tegenover (ver)bouwkost

De EK stadions (en de Ghelamco arena) - zitplaatsen tegenover (ver)bouwkost

 

Velodrome, Marseille

type: renovatie
(ver)bouwjaren: 1937;2014
(ver)bouwkost: 268 M€ renovatie 2014
zitplaatsen: 67000
belangerijke match: Halve finale op 7/07/2016

De structuur van het dak is een  gebogen ruimtevakwerk met diagonale hoekkolommen als extra ondersteuning.

De wandaansluiting van het dak met de tribunes is tegelijk een vakwerkligger die achter de tribune steunt op trappenkokers en kolommen.

Er is gekozen voor een membraan op het dak als regenscherm. Een membraan is vederlicht maar heeft als nadeel dat het vervormt bij belasting. Hierdoor kan een stortregen een plas veroorzaken die niet afgevoerd raakt.  Daarom zijn hier boogjes in gewerkt zoals een iglotent. Een lichte dakafwerking, zoals een membraan, verlicht de rest van de structuur en is een mooi voorbeeld van Structural Value Engineering.

Parc des princes, Paris

type: bestaand
(ver)bouwjaren: 1897;1972
(ver)bouwkost: 13M€ opfrissing 2015; 145M€ herbouw 1972
zitplaatsen: 45000
belangerijke match: 1/8 Finale op 25/6/2016

De brutalistische kolos van de hand van architect Roger Taillibert, herbouwd in 1972. Het was het nationale stadion tot 1998, toen het Stade de France werd gebouwd.

De betonnen luifel bestaat uit betonnen ribben-raamwerk uit nagespannen beton. Beton wordt maar zelden gekozen als dakplaat door het grote gewicht.

De portiek zit aan de trekzijde van de schil, waardoor er drukzone in de plaat wordt opgevangen, zoals bij TT-liggers. Dus als de plaat op de balken zou liggen zou de balken groter moeten zijn

Door het nagespannen beton, wordt de luifel als het ware opengetrokken na het storten van het beton. Dit geeft minder doorbuiging, minder trekspanning en minder scheuren. 

Er is 77 000 m3 beton (of 3 olympische zwembaden) en 7000 ton staal (of ongeveer een Eifeltoren)  waarvan 600 ton voorspanstaal. De 50 portieken bestaan elk uit 250 m3 beton.

Het stadion is de thuishaven van PSG en, tot voor kort, Zlatan Ibrahimovic. De renovatie door het kapitaalkrachtige PSG is uitgesteld tot na het EK. 

Stade de France, Saint-Denis

type: bestaand
(ver)bouwjaren: 1998;2006
(ver)bouwkost: 290M€ (dak 42M€)
zitplaatsen: 80000
belangerijke match: Finale op 10/7/2016

Het nationale stadium, gebouwd voor de wereldbeker van 1998.

Er zijn 46 pijlers waaraan het dak hangt zoals een tuibrug.  Het dak steunt dus niet op de tribunes, waardoor het  dak een zwevende ufo lijkt, 46 m boven de grond.

Er zit 13 000 ton staal in (of 1.5 Eifeltorens ) en 180 000 m3 beton (of 7 olympische zwembaden).

Lille

type: nieuwbouw
bouwjaar: 2012
bouwkost: 282 M€
zitplaatsen: 50000
belangerijke match: Kwartfinale op 2/7/2016

Bij het stadion in Lille staat flexibiliteit centraal in het ontwerp. De grasmat is half-wegneembaar en het dak kan dicht voor bvb basketbalwedstrijden.

De dakstructuur bestaat uit 2 grote, primaire, stalen vakwerkliggers die in langsrichting dragen met 2 kleinere, secundaire liggers in dwarsrichting. Dit geeft een totaal aan 7400 ton constructiestaal.

Tussen buitenschil en de tribunes vormt zich een toegangscorridor.

Saint-Etienne

type: renovatie
(ver)bouwjaren: 1931;1998;2014
(ver)bouwkost: 75 M€ renovatie
zitplaatsen: 42000
belangerijke match: 1/8 Finale op 25/06/2016

Bij de renovatie van de structuur van dit stadion heeft men Structural Value Engineering tot het extreme toegepast. Alles wat nog kon herbruikt worden is herbruikt.

In het oude stadion werd het dak gedragen door kolommen, die in het zichtveld van het publiek stonden. Bij de hoofdtribune waren deze reeds vervangen door een vakwerk bovendaks, waaraan het dak werd opgehangen. Bij de andere langse tribune werd het bestaande dak ondersteund door een nieuwe vakwerkligger. Zodat de kolommen wegvallen in het zichtveld.

De langse tribuneblokken bleven behouden, de kopse werden vervangen en in de hoeken kwamen extra tribunes.

De dragers van de nieuwe daken zijn stalen vakwerkliggers.

Het resultaat ziet er niet coherent of architecturaal hoogstaand uit, maar qua budgetbeheersing verdient het ontwerpteam een pluim.

Bordeaux

type: nieuwbouw
bouwjaar: 2015
bouwkost: 183M
zitplaatsen: 42000
belangerijke match: België-Ierland op 18/06/2016

 

Herzog & De Meuron stond in voor het ontwerp van deze landmark. Eerder hadden ze al de Allianz Arena in Munich, St Jakob Park in Basel en het Vogelnest stadium in Beijing gerealiseerd. Het bos aan kolommen en de (deels valse) tribunes tot het dak zorgen voor een geslaagd architecturaal effect.

Er was protest voor de hoge prijs, maar in vergelijking met Nice (zie verder) valt de prijs mee.

De structuur van het dak bestaat uit 12 000 ton stalen, uitkragende vakwerkspanten (gelijkaardig aan de Ghelamco Arena) op 644 stalen kolommen.

Voor de tribunes werd 41 000 m³ beton gestort.

Nice

type: nieuwbouw
bouwjaar: 2013
bouwkost: 245M
zitplaatsen: 35000
belangerijke match: Zweden-België op 22/06/2016

De rasterstructuur, met membraan omhuld, springt meteen in het oog. Het raster loopt van de gevel over in de luifel en is een samenstelling van staal en gelamelleerd hout.

De luifel kraagt 46 m over de tribunes met aan de onderkant de gelamelleerde houten balken. In totaal 4 000 m3 in 6 000 stukken gelamelleerd hout gebruikt. De aannemer herwerkte het ontwerp van 30 typebalken naar 3, een mooi voorbeeld van uitvoeringsexpertise bij Structural Value Engineering.

Het raster is opgebouwd uit 9 000 ton staal (of 11 Ghelamco Arenas)

De tribunes bestaan uit 80 000 m3 beton  (of 4 Ghelamco Arenas)

Voor het dak werd 13 600 m2 membraan (uit ETFE en PVDF) en is 100% recycleerbaar.

Lens

type: renovatie
(ver)bouwjaren: 1933;1970;1984;1998;2015
(ver)bouwkost: 70 M€ renovatie
zitplaatsen: 35000
belangerijke match: 1/8 Finale op 25/06/2016

De structuur van de dakluifel bestaat uit dakbalken die  steunen op vakwerkliggers deels opgehangen aan kabels (zoals een tuibrug). Door deze ophangingen verkleinen de vakwerkliggers.
Het is een verfrissende minimalistische structuur, met maar 3700 ton staal, de helft van het stadion van Lille. 

De masten zijn enkel haalbaar als er geen hoektribunes zijn. maar door de nabijgelegen spoorweg was er reeds een hoek verloren.

Opvallend is dat de kopse tribunes hoger zijn dan de zijtribunes. 

Het stadium heeft 4000 zitjes meer dan er inwoners van Lens zijn (al ligt Lens in een grootstedelijk geheel van 550 000)

Toulouse

 

type: renovatie
(ver)bouwjaren: 1937;1949;1998;2016
(ver)bouwkost: 54 M€ renovatie 1998
zitplaatsen: 33000
belangerijke match: 1/8 Finale op 26/06/2016

Het stadium ligt op een eiland in de Garonne en is een van de oudste deelnemers. Het stadion werd grondig gerenoveerd voor de Wereldbeker in 1998.

De dakstructuur bestaat uit een membraan op uitkragende vakwerkliggers. Buiten het stadiium worden ze met trekkolommen naar de grond in evenwicht gehouden. Omdat membranen zo licht zijn, en omdat de lichtmasten er los van staan, is het een beperkte, slanke constructie. 

Een gevaar bij membranen is de opwaartse wind. Er is door het lichte gewicht amper tegengewicht. Hier ligt het stadion in het midden van de stad, waardoor hogere gebouwen het uit de wind zetten.

Opvallend zijn de schuine constructies voor de lichten. Bij rechte lichtmasten komen de lichten veel verder van het veld. De afgewogen keuze werd gemaakt om iets duurdere constructie met lichtere verlichting (en onderhoud) te voorzien. Een voorbeeld van waardecreatie via Value Engineering.

Lyon

type: nieuwbouw
bouwjaar: 2015
bouwkost: 405M
zitplaatsen: 61556
belangerijke match: België-Italië op 13/06/2016

De nieuwbouw-mastodont van het tornooi. In totaal werd er 120 000 m3 beton gestort (of een equivalente blok van 24 m hoog op het voetbalveld). Op piekdagen werd 1000 m3 gestort (of 90 grote betonmixers ) per dag.

Ook hier zijn er stalen vakwerkliggers als luifel. Het treksteunpunt ligt buiten het stadion, waardoor het dak tot buiten het stadium doorloopt.

Opvallend dat zoals bij het Stade France hier ook een zone aan de binnenrand van het dak doorzichtig werd voorzien om licht tot bij publiek en gras te brengen.

EK als impuls tot bouwen

Maar liefst 7 van de 10 stadia werden onder impuls van het EK (ver)(ge)bouwd, nadat bekend in 2011 werd dat Frankrijk het EK mocht organiseren. Een tornooi zorgt dus wel degelijk voor een opwaardering van de sportinfrastructuur. Al valt af te wachten of de nieuwe stadia gevuld raken als het stof is gaan liggen en de ploegen van Ligue 1 er spelen.

Er werden nergens flexibele zitplaatsen voorzien die worden weggehaald na het EK. 

Denk maar aan Portugal waar na het EK in 2004 enkele stadia werden verkleind om de onderhoudskosten op lange termijn te drukken. 

Stalen vakwerkstructuren

Stalen vakwerken zijn de populairste bouwmethode. Met 2 keer als ruimtevakwerk, 3 keer als vakwerkliggers en 3 keer als uitkragende vakwerkspanten.

Stalen vakwerken kunnen goed geprefabriceerd worden, zijn licht, recycleerbaar. Nadeel is de brandwerendheid, maar voor dakluifels (die geen brand moeten tegenhouden) kan het volstaan zonder brandwerende verf te werken. 

De dalende staalprijs heeft waarschijnlijk weinig invloed gehad op de ontwerpkeuzes (voor 2010), maar vandaag zou de keuze voor staal nog evidenter zijn.

Bij uitkragende vakwerkspanten wordt veel voor een trekkolom buiten het stadium gekozen. Waarschijnlijk ook omdat er geen extra vloeroppervlak nodig is voor een multifunctioneel stadion, zoals bij de Ghelamco Arena

geen ring-hangstructuren

Tegenover de stadia van de wereldbeker 2014 in Brazilië valt op dat er geen stadia met een opgespannen, doorhangende ringstructuur met kabels en membraan zijn. Waarschijnlijk is dat omdat er practisch geen sneeuwlast is in Brazilië. Sneeuwlast in combinatie met smeltwater doet een hangende kabelstructuur enorm doorbuigen, waardoor het niet aan te raden valt in Europa. Het is nochtans een sierlijke, economische, vederlichte oplossing.

Membraan als dakafwerking komt wel voor (in de zuidelijk steden Marseille, Nice en Toulouse).

Weinig spektakel naast het veld

Van de nieuwe stadia zijn enkel Nice en Bordeaux echte pareltjes. De bestaande Parc des Princes in Parijs en het Stade de France blijven klassiekers. Van de renovaties kan enkel Lens echt bekoren, al heeft Saint-Etienne zijn budget optimaal gebruikt.

Frankrijk heeft niet alles uit de kast gehaald om zich het land van de stadiumreferenties te maken. Al zijn de meeste stadia er onder impuls van het EK (ver)(ge)bouwd. De Fransen hebben vooral hun bestaande infrastructuur van de Wereldbeker in 1998 herbruikt. 

Staatsschuld opbouwen voor een voetbaltornooi is/was meer iets voor Brazilië.